Eindelijk is het zover! We ontwaken in een fris winters landschap met aardig wat sneeuw. De eerste foto is van een paar dagen eerder, dus daar viel het nog wel mee.

De eerste orde van de dag is dus sneeuw ruimen, even de motor controleren voor vertrek, en de verwarming in de stuurhut aan!

Het schip is helemaal leeg, en sinds aanschaf al 54cm omhoog gekomen! Onderweg naar Hendrik-Ido-Ambacht is het hier en daar zeer hobbelig door de nieuwe diepgang. Met een lekker gangetje vliegen we zo naar de Rietbaan toe.

Ik hoor je al denken: “Rietbaan?!” Dat klopt. We nemen hier tijdelijk ligplaats in omdat Peet voorafgaand aan onze eigen werfbeurt ook al op de werf moet zijn voor een andere klus. In dit schip komen onder andere spudpalen van Resnova Maritiem, en ook helpt hij de werf mee met ijzerwerk.

Omdat Hendrik-Ido-Ambacht nou niet echt lekker onsloten is in de spits kiezen we voor deze oplossing. Zo is Peet lekker dicht bij het werk, en hebben we de kotter alvast in de buurt ‘op afroep’ klaarliggen.

Enkele weken later komen we erachter dat ook het ‘op afroep’ klaar hebben liggen van de kotter geen overbodige luxe was. Door een aanhoudende oostenwind is het nog maar de vraag of we op de geplande datum het water uit kunnen.

Doordat de scheepswerf een dok en hellingbaan in een heeft hebben we te maken met een drempel van de dokdeur. Deze beperkt de diepgang sterk, en zorgt er voor dat er alleen met hoog water geheld kan worden.

Vlak voor het donker haalt Peet de kotter op uit de Rietbaan, en kunnen we — eerder dan gepland — droog. Omdat het water alleen nog maar verder wegzakt de komende weken is het nu of nooit.

Ik was tijdens dit hele gebeuren nog onderweg vanuit het werk naar huis, en voor mij kwam het dus als een totale verrassing dat de kotter al droog stond.

De werf is nog bezig aan het andere schip, en de eerste week zijn we dus op onszelf aangewezen. Het schip wordt door de werf schoongespoten, en wij gaan aan de slag met de voorbereidende werkzaamheden.

Ik haal met de kango het laatste beton uit de kimmen. Man man man dit vernieuwen komt geen moment te vroeg. Plakkaten met roest komen onder het beton vandaan, en ik vind overal gaatjes! We dreven dus al op beton 🙂

Peet gaat buiten aan de slag en verwijdert onder andere de koelpijpen en de slingerkielen. Deze moeten worden verwijderd voor het vernieuwen van het vlak en kimmen. De slingerkielen zijn niets bijzonders, en eigenlijk maar blik. Deze zullen dus niet meer terugkeren en worden vernieuwd.

Rond de nieuwe koelpijpen vinden we allemaal (eveneens nieuwe!) putcorrosie, maar hierover later meer.

Zo goed en kwaad als het gaat haal ik met een kleine luchtbeitel alle plakkaten roest weg, want roest isoleert en wil dus niet branden.

Thuis doen we alles met de plasmasnijder, maar die is niet geschikt voor dit grote sloopwerk. Met gas en zuurstof en een grote brander trekt Peet ten strijde om het oude vlak weg te branden.

Omdat we eigenlijk alleen op de hak en bijna voorin de kop staan snijden we niet het gehele vlak in een keer weg. We werken in stukken van +- 3 spantvakken om zo te voorkomen dat het schip gaat plooien.

De oude sporen zijn ook niet veel meer, en door een combinatie van (zout) water en beton helemaal aangetast. Op 4 sporen na moeten we ook nieuwe sporen maken.

De oude sporen mallen we over, en worden opnieuw uitgesneden. Het oude vlak fungeert als werkdekje om op te staan tijdens het hangen van de nieuwe sporen. Aan weerskanten worden hoekijzers gelast, aan de bovenzijde komt daar de vloer op te liggen en aan de onderzijde wordt hier straks het vlak aan bevestigd.

Vak voor vak werken we naar voren toe, en tegen het einde van de eerste week hebben we het gehele oude vlak eruit, en nieuwe sporen gehangen. Als een geoliede machine gaan we te werk, ik doe her en der wat voorbereidend werk, snij de hoekijzers op maat, Peet maakt de sporen en samen hangen we ze erin.

Ook in de avonduren buffelen we door. Naast het vervangen van het vlak, plaatsen van de boegschroef en spudpaal hebben we ook nog een aantal dingen op het wensenlijstje staan.

De trouwe lezers weten dat er thuis al een compleet nieuw stuurwerk klaarligt: een hydraulische besturing met ‘pookje’ en een hand-hydraulisch noodstuurwerk.

Naast dit nieuwe stuurwerk passen we ook het roerblad aan voor verbeterde vaareigenschappen. Het roerblad wordt ingekort, er komt een zogenaamde ‘schep’ aan wat voor meer schroefwater naar het roerblad moet zorgen en we maken een nieuwe ‘visstaart’ met een hoek van bijna 90 graden als het roer dwars staat.

Deze relatief kleine aanpassingen zullen i.c.m. het nieuwe stuurwerk voor een inmense verbetering aan vaareigenschappen zorgen.

Het kapje boven de schroef is het restant van een complete tunnel die — naar horen zeggen — is verwijderd in verband met veel cavitatie.

Het huidige kapje zit zover boven de schroef dat het ons insziens geen zin heeft en zorgt nog steeds voor veel herrie bij bepaalde toerentallen.

Hupsakee, weg ermee!

De eerste week zit er inmiddels op, en de mannen van de werf zijn klaar op het andere schip. Wij zijn klaar met al het voorbereidende werk en daar komt de eerste nieuwe vlak plaat van maarliefst 8mm aan met de kraan!

Omdat we veel gewicht verliezen door het verwijderen van het beton kiezen we voor een extra zwaar vlak om wat van dat verloren gewicht te compenseren.

Als je bedenkt dat deze schepen meer als 100 jaar geleden van 6 of 8mm gebouwd werden, dan kan de WR309 er nu dus weer even tegenaan!

Ook de eerste nieuwe kimmen worden gezet. Deze lopen ‘dubbel’ door tot net onder de waterlijn. Zo hebben we geen klinknagel verbindingen meer onder water, en doet het geen afbreuk aan de uitstraling van het schip.

Je zou het bijna vergeten, maar de spudpaal lag al meer als een jaar klaar bij de werf! Van origine zou de spudpaal vorig jaar al geplaatst worden, maar toen troffen we het compleet weggerotte vlak aan.

Nu gaan we in de herkansing, en wordt de spudpaal met de heftruck van zolder afgeplukt. Vervolgens in de kraan en door het dek heen.

Voorin is het overal passen en meten, zowel in de voorpiek als op het voordek past het allemaal maar net! Op enkele centimeters speling van de ankerlier wordt de spudpaal op zijn plek gehesen.

De geleverde kabelretour waarin het Dyneema touw terug de voorpiek in loopt past niet, en hier maken we dus een passend kokertje voor.

Zoals je ziet houdt het in de voorpiek ook niet over, en dan te bedenken dat hier nog een boegschroef bij moet!

Ter voorbereiding van het plaatsen van de boegschroef worden de oude dubbelingen (of moeten we zeggen quadrupelingen?!) verwijderd. Op sommige plekken in de kop zitten er wel 4 (!) platen overelkaar heen gedubbeld. Niet zo gek, want we weten dat het schip heel veel over de zandplaten van het wad heeft heengeragd in haar visserij bestaan.

Peet maakt een excentriekje om het elipsvormige gat van de boegschroeftunnel uit te snijden, en jawel hoor — met militaire precisie schuift hij er zo in!

Het aanvaringsschot was nog niet aan de onderkant afgelast, want daar was natuurlijk niet makkelijk bij te komen. Het grote gat van de boegschroeftunnel maakt hier makkelijk werk van, omdat we er nu wel redelijk makkelijk bij kunnen 🙂

Terwijl de werf gestaag verder gaat met het zetten van de nieuwe kimmen maak ik van het lekkere (maar koude) weer gebruik om het schip in de primer te zetten.

Eerst even nalopen met de naaldhamer, hier en daar wat aanstippen en vervolgens geheel in de primer.

Ik heb vorig jaar mijn werk beter gedaan als gedacht, want de roestduivel op de romp is overwonnen! Er zit nagenoeg geen roest meer op de wind/waterlijn en de rest van het casco.

Inmiddels is er weer een week voorbij. De originele planning was dat we twee weken droog zouden staan, maar we gaan ondertussen de derde week alweer in. Dat betekent voor mij dat ik gewoon weer moet werken terwijl Peet en de werf door buffelen.

De nieuwe slingerkielen worden gemaakt uit een zwaar ‘Holland profiel’. Een stijf en zwaar stuk ijzer, veel steviger dan de oude ‘blikken’ slingerkielen. Ook de motorkoeling wordt weer aangesloten en het systeem kan worden afgevuld met +- 50 liter koelvloeistof.

We laten de motor even draaien en circuleren zodat we zeker weten dat het systeem dicht is, en er geen luchtbellen in zitten.

Ineens gaat het super hard. Het nieuwe vlak zit er onder en de nieuwe kimmen zitten al bijna tot aan de kop!

De boegschroef en spudpaal worden afgelast en ook het grote aflassen van vlak en kimmen kan beginnen. In een efficiente wisselwerking van aflassen en conserveren wordt er naar voren gewerkt.

De turbostand is inmiddels geactiveerd, want de volgende klant van de werf — en van Peet voor een set spudpalen 🙂 — ligt namelijk alweer te wachten.

Zoals te zien op de laatste foto wordt het een strak geheel, en zijn we met het nieuwe vlak en de nieuwe kimmen weer klaar voor heel wat jaren vol vaarplezier en -avonturen! Ik kan niet wachten tot we met dit mooie scheepje ergens in een mooi fjord liggen… maar goed — eerst nog een berg werk verzetten!

In de tussentijd vinken we nog een item van ons wensenlijstje af. De kluisgat baard (leuk galgje woord, niet?) van de ankerketting. Deze dient ter bescherming van de pijp waar de ketting doorheen loopt en waar de stok van het anker in rust. Ook blijft hierdoor de ketting vrij van de romp.

Thuis hebben we niet de nodige gas en zuurstof om een stuk halfrond rond te zetten. Door geleidelijk verhitten met de brander en een stuk pijp kunnen we vrij makkelijk een stuk ijzer in de door ons gewenste vorm buigen.

Fantastisch resultaat, niet?!

Eerder las je al over de putcorrosie rondom de vernieuwde koelpijpen. Vorig jaar zijn de koelpijpen vernieuwd door gegalvaniseerde buizen.

De oude (bout)flenzen zijn dichtgelast en hergebruikt als doorvoeren. Dit blijkt een catastrofale fout te zijn.

Tijdens het maken van de nieuwe buizen merkten we vorig jaar al dat de flenzen heel slecht lasten. De putcorrosie duidt op een andere legering van de flenzen, wat nu in combinatie met de gegalvaniseerde koelbuizen een cocktail van ellende blijkt op te leveren.

We snijden het volledige stuk met putcorrosie eruit en lassen er een nieuwe plaat in. Als doorvoeren gebruiken we dikwandige buis, en de flenzen komen niet meer terug.

Gelukkig zat deze werfbeurt vrij dicht op de vorige en konden we het probleem snel constateren en herstellen. Dit soort dingen zijn sluipmoordenaars, want je ziet ze pas als je weer droog gaat.

Ook de dieptemeter stond nog op dat al o zo bekende wensenlijstje. Zeker om straks een plekje te zoeken om de spudpaal te laten zaken gaat dat heel handig zijn!

We kiezen ervoor om de dieptemeter in de ronding van de kont te plaatsen. Zo zit deze ten alle tijde beschermd, ook tijdens het droogvallen blijft de dieptemeter vrij van de bodem.

Lezers van dit blog weten dat we geen fan zijn van ‘drijven op plastic’. Daarom wordt de dieptemeter geplaatst in een bronzen bus, volledig opgevuld met sikaflex. Veel veiliger en steviger.

Eigenlijk zijn de weergoden ons tijdens deze werfbeurt best gunstig gezind, maar nu net voordat het ijzerwerk bijna klaar is komt er sneeuw aan!

In een race tegen de klok — en het weer — zetten we het schip in de coating en antifouling, en zelfs mijn moeder komt nog een paar keer spontaan langs en helpt een handje mee met schilderen.

Het aanbrengen van de waterlijn is een complete gok. Het schip is 54cm omhoog gekomen sinds aanschaf, en we hebben geen idee hoe ze in het water komt te liggen als we klaar zijn met intimmeren. Op basis van een educated guess gaat de waterlijn er op.

Het is maar goed dat Peet dit doet met zijn wiskundige brein, en niet ik… mijn theorie van een waterlijn erop zetten verschilde nogal van de zijne. Zie op de foto het resultaat… kaars recht! Ik geef het graag uit handen, want met mijn talenbrein had dit niet goedgekomen…

Net voordat het sneeuwfront ons bereikt zijn we klaar. We made it! Het waren een pittige 3 weken, maar morgen kunnen we eindelijk weer te water. En met een goed geevoel, want wat is ze mooi geworden he?!

Eindelijk is het dan zover! We gaan weer te water. Een spannend moment, want er is zoveel gerukt en geplukt aan het casco… zijn de klinknagels nog dicht?!

We zakken vanaf de helling langzaam het water in, en blijven door het lage water nog even op de bokken staan tot we echt drijven. Dit geeft ons rustig de tijd om te kijken of alles dicht is. En dat is het!

Met gunstig tij spoelen we zo naar huis. Melancholisch weer met een buitje, een zonnetje, en bij thuiskomst op een fantastische plaat vastgelegd door de buurvrouw.

De werfbeurt was intens, maar uiteindelijk geslaagd. De mannen van Scheepswerf Het Anker, bedankt! Nu even bijkomen en weer door met rachelen, isoleren en intimmeren.

Tot de volgende!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *