Het is zondag 17 november en daarmee dus tijd om naar de werf te gaan. Het is mooi weer buiten (wel heel veel wind!) en dus een goede dag om naar de werf te varen. De stroomvoorziening aan boord van de WR309 is inmiddels al operationeel, dus met een elektrisch kacheltje en een thermoskan koffie is het prima uit te houden in de stuurhut.
De Scania tokkelt lekker, en met niet meer dan een kleine 1000rpm varen we vlotjes naar Dordrecht. Zoals je inmiddels vaker hebt kunnen lezen gaat er wel eens iets niet vanzelf. De kimkoeling heeft een lekkage ontwikkeld, en dus moet het koelwater af en toe met een dompelpomp worden bijgevuld.
We overnachten zondag in de Riedijkshaven in Dordrecht. Dit is op een klein halfuurtje varen van de scheepswerf. Zo kunnen we maandag ochtend relaxed naar de werf toevaren en hoeven we niet met dag en dauw al te vertrekken.

De helling is voor onze schepen alleen toegankelijk met hoogwater. Omdat het water bij onze aankomst nog (net) hoog genoeg is kan de Resnova gelijk droog. Voor de WR309 moeten we wachten tot het volgende tij.
Na het hellen van de Resnova moet het dok worden leeggepompt. Vervolgens worden er grote blokken geplaatst waar de WR309 op komt te liggen. Het dok stroomt langzaam weer vol, en we kunnen aan het einde van de middag het dok invaren. Tegen de tijd dat het dok leeg zal zijn is het al avond.
Omdat de Resnova al eerder droog lag kon de werf al beginnen met de eerste werkzaamheden: het afspuiten van het schip. De WR309 moet wachten tot de volgende ochtend…

Dag 2 op de helling. Het dok is inmiddels leeggestroomd en de WR309 kan ook worden afgespoten. Dit is de eerste keer dat we het schip droog zien. Het schip is mede aangekocht op bais van een vlakrapport wat genoeg vertrouwen gaf in de staat van het staal.
Gelijk bij het afspuiten valt op dat het schip grotendeels gedubbeld is, dit hebben we ook kunnen zien in het vlakrapport. Tot onze verbazing valt de staat van het gedubbelde vlak niet tegen. Weinig tot geen roest, en geen putcorrosie! De verflaag zit er ook goed op, dus weinig spannends zou je zeggen.
Zoals je op de foto’s kunt zien is er inmiddels ook begonnen aan de reparatie van de lekke koelbuizen. Deze worden vervangen door thermisch verzinkte exemplaren, deze zijn onderhoudsvrij en roesten niet.

Om een beter idee te krijgen van de werkelijke staat van het staalwerk lijkt het ons een goed idee om met een sloophamer een spantvak beton te verwijderen. Zo krijgen we een kijkje hoe het originele vlak er uit ziet. Op basis hiervan kunnen we een keuze maken hoe we verder gaan met de refit. Immers blijf beton en staal geen goede combinatie.
Na het verwijderen van het beton zie ik eigenlijk gelijk al dat dit compleet fouteboel is. Ik haal Peet er bij en die spreekt de woorden: “Oh tering”. Dit was de bevestiging dat het doomscenario aan de orde is gekomen, want deze woorden heb ik tijdens de rest van de refit nog niet gehoord…
Het originele vlak (bodem) is van binnenuit compleet weggerot. De spanten zijn getransformeerd tot stof, en waar er nog een klein beetje spant over was zijn de klinknagels door de spanning van de roest van het vlak afgekomen. Er van uitgaande dat de rest net zo slecht is kunnen we concluderen dat er geen verband meer in het schip zit op het beton na.
Na overleg met de werf komen we tot de conclusie dat het schip constructief te slecht is om op door te bouwen. Het vlak moet compleet worden vervangen.

Na van de eerste schrik te zijn bekomen gaat het werk onverminderd door. Het vlak wat vernieuwd moet worden is een forse tegenvaller, maar gelukkig zijn we nog niet zo ver dat het schip helemaal niet meer te redden valt.
Zelfs in het donker en de regen werken we door om de zijen kaal te maken. Deze werfbeurt is een race tegen de klok en de elementen. Beide schepen moeten de werf weer geverfd en wel verlaten, al is het in het geval van de WR309 alleen maar ter conservering.
Tijdens het naaldhameren vinden we een aantal diepe putten in de huid, deze heeft Peet opgelast. Vanwege de aanwezige betimmering kon er niet gelast worden aan het schip. Alle putten (en gaten!) die over de jaren zijn onstaan zijn dichtgesmeerd met staalplamuur, zoals te zien op de foto’s. Taai spul, want zelfs met de naaldhamer gaat het er lastig af.
Gelukkig hebben we alle betimmering eerder al verwijderd, en kunnen we deze pijnpunten nu op de juiste manier herstellen.
Ook zijn er een aantal kleinere reparaties uitgevoerd. De roerkoning vrat weg, en was in het midden de helft dunner geworden. Dit is hersteld door een nieuwe buis te lassen. Het berghout betreft ook aandacht. Dit heb ik helemaal uit de roest gehaald, en de werf heeft alle klinknagels opgelast.

In overleg met de werfbaas doen we een test te water lating. Er is zoveel gerukt en geplukt aan het casco met het verwijderen van het beton dat we er niet helemaal gerust op zijn dat het schip nog waterdicht is. Ook kunnen we controleren of de koeling van de motor goed is. Dit is gelukkig het geval.
Bij het vol laten lopen van het dok zien we vrijwel gelijk water het schip in stromen. Peet geeft een paar tikken met de naaldhamer, en jahoor.. we zijn weer lek. Omdat het omliggende staal te slecht is voor laswerk – en we bijna definitief te water gaan – kiezen we voor een zogenaamde visbout.
Dit is een vaak toegepaste noodreparatie. Een bout met aan beide zijde rubber zorgt voor een waterdichte afdichting. Goed genoeg voor nu, totdat volgend jaar het vlak wordt vervangen.

Wat een enerverende twee weken waren dit op de werf. Voor mij was het allemaal nieuw, en aan tegenslagen ook deze keer weer geen gebrek. Voor Peet ook een primeur, niet met één maar drie vaartuigen teglijk op de werf! Je zou bijna denken dat we aandelen hebben…
Vaartuig numero 3 betreft een zolderbak, die binnenkort verhuurd gaat worden als werk/opstap ponton. Met een flinke kraan werd deze ook te water gelaten. Door een sterke wind hadden we nog gunstig tij – dus direct op naar huis! De tocht naar huis verliep voorspoedig, en we waren net voor het donker thuis.
De noodreparaties houden zich prima, en de komende tijd gaan we door met het repareren van al het staalwerk buitenom. Het eerste evenement voor de WR309 staat immers al op de planning: SAIL Amsterdam 2025!
In het opknappen van de WR309 gaat veel tijd, liefde en geld zitten. Helaas komen we steeds meer verborgen gebreken tegen. Elke donatie (hoe groot of klein ook) wordt meer dan op prijs gesteld om zo dit mooie stuk Nederlandse (visserij) historie te kunnen behouden!































1 gedachte over “Ellende op de werf!”